Duurzaamheid integreren vanaf dag
één

Als het aan Windesheim ligt, dan vormen begrippen als duurzaamheid, circulariteit en maatschappelijke impact vanaf de allereerste studiedag het fundament onder al het leren, onderzoeken en ontwikkelen dat studenten op onze hogeschool doen. Maar deze drie begrippen zijn inmiddels zo omvangrijk geworden; waar hebben we het eigenlijk over? Voorzitter van het College van Bestuur Inge Grimm, techniekdirecteur Egon van der Veer en projectleider Claudia Tempels geven uitleg.

 

Inge Grimm: Meer werken vanuit Sustainable Development Goals

 

Op de vraag wat duurzaamheid voor onze voorzitter van het College van Bestuur betekent, is haar antwoord helder: “Het is vanzelfsprekend dat duurzaamheid superbelangrijk is. En we zijn daar drukdoende mee, maar soms is het ook nog een zoektocht hoe je nog sneller meters maakt. Een mooi voorbeeld vind ik hoe het B/C-gebouw op de campus gerenoveerd is. Vroeger zouden we dat hebben gesloopt, maar dit keer hebben we op basis van de building circularity index (een wetenschappelijke methode om de circulariteit van vastgoed te bepalen, red.) besloten om voor renovatie te kiezen. Dat kostte wel jaren van voorbereiding, maar er zijn innovatie oplossingen bedacht die niet zo voor de hand liggen. Er is bijvoorbeeld een schil omheen gezet om klimaatgericht te werken en er is meer lichtinval gecreëerd. Het materiaal dat is weggehaald om meer licht naar binnen te laten, is weer gebruikt om de hal te verlengen.”

We zijn met tienduizenden verbonden aan opleidingen in twee regio’s. Daar moeten we met alle energie en enorme ambitie toch een vuist kunnen maken. Er zijn al veel mooie voorbeelden in ons onderwijs en onderzoek zoals de Green Award. Ze zijn alleen zo geïsoleerd en weinig bekend. Er moet meer, en snel! Het is een ambitie waar ik wel aan wil werken.”

Bertrand Weegenaar, docent opleiding ICT

Sustainable Development Goals

 

“Maar,” benadrukt Grimm: “duurzaamheid omvat zoveel meer dan nadenken over ‘groen werken’ en het energiezuiniger maken van gebouwen. Iedere opleiding wordt geacht zich in te zetten voor minimaal drie sustainable development goals (SDG) die de opleiding geheel zelf uitkiest. In totaal zijn er door de Verenigde Naties zeventien Duurzame Ontwikkelings­doelen opgesteld die de wereld tot een betere plek moeten maken in het jaar 2030. Die variëren van ‘geen armoede’ en ‘kwaliteitsonderwijs’ tot ‘duurzame steden en gemeenschappen’ en ‘betaalbare en duurzame energie’.”

Duurzaamheid in bedrijven

 

Grimm: “Vanuit de lectoraten, de onderzoekskant, zie je dat er al heel wat jaren wordt gedacht vanuit de SDG’s. Maar ook voor een aantal opleidingen, onze koplopers hierin is het al een vanzelfsprekende manier van denken. En er zijn groepen waarin studenten, docenten en onderzoekers samen nadenken over deze vraagstukken, waarbij ook uiterst mooie initiatieven worden bedacht. Ook bij start-ups die zich melden bij ZWINC is een basis startvraag er één in het kader van duurzaamheid. Als daar niet over nagedacht is, dan past het niet bij onze start-ups voor de toekomst. Ja, natuurlijk moet er ook geld worden verdiend binnen een bedrijf. Maar steeds belangrijker wordt daarbij de vraag hoe je dat toekomstproof kunt doen.”

 

Het gaat volgens Grimm om veel meer dan het economisch perspectief. De denklijn is veel langer geworden en draait meer om de vraag: hoe behaal je je bedrijfsdoelen op een manier die goed is voor de aarde? “Trouwens”, voegt Grimm toe: “met het hoge aantal vacatures kunnen de studenten daarin ook nog een grote rol spelen om bedrijven te helpen met het nadenken over duurzaamheid. Onze studenten kunnen kiezen waar ze willen werken. Hun keuzes kunnen ze ook baseren op de vraag hoe een bedrijf met duurzaamheid bezig is. Worden er bijvoorbeeld nu verfsoorten gebruikt die giftig zijn? Het kan natuurlijk zijn dat een alternatief moeilijk voorhanden is, maar de vraag is: is daar überhaupt al over nagedacht binnen het bedrijf? Werkgevers worden op zo’n manier geholpen, of eigenlijk min of meer gedwongen, over zulke vraagstukken na te denken.”

Duurzaamheid binnen de opleidingen

 

Voor wat betreft Windesheimopleiding geldt volgens Grimm dat ongeveer de helft al door de bril van duurzaamheid en maatschappelijke impact kijkt in het onderwijs. De andere helft is in de verkennende fase en dat vindt de voorzitter van het College van Bestuur prima. “We zijn op de goede weg. Ik ben blij met wat we nu doen en we moeten nu veel meer voorbeelden laten zien van wat we op dit gebied allemaal doen. Zoals het uitreiken van de Green Award.”

Egon van der Veer: Technologie niet meer los van maatschappelijke impact

 

Net als Grimm is het de missie van Egon van der Veer om studenten vanaf het begin van hun studie bewust te maken van de duurzaamheids­uitdagingen, zoals die van de energietransitie, circulariteit en digitalisering. Van der Veer geeft als directeur leiding aan het domein Techniek met opleidingen op het gebied van HBO-ICT, Engineering & Design en Bouw & Infra. Maar hij geeft ook leiding aan het kenniscentrum Technologie met verschillende lectoraten, die zorgen voor de innovatie in samenwerking met het werkveld en koppelingen tussen onderwijs en onderzoek. “We moeten duurzaamheid zo in het onderwijs en onderzoek integreren, dat het elk van onze studenten, docenten en onderzoekers binnen het domein gaat raken. Als dat gaat lukken, word ik heel blij.”

Bewustwording maatschappelijke impact van technologie

 

Even een realistische disclaimer: het betreft hier wel een ambitie van Van der Veer. “Want als morgen al mijn techniekstudenten zouden zeggen dat ze met energietransitie, circulariteit of digitalisering aan de slag zouden willen, kan ik ze niet allemaal een plek bieden, haha. Maar we zijn ons er meer en meer van bewust dat we meer moeten bieden dan standaardonderwijs en -onderzoek. We moeten studenten en medewerkers bewust maken welke maatschappelijke impact technologie heeft en hoe ze technologie op een goede manier kunnen toepassen in maatschappelijke uitdagingen, missies en SDG-doelen.”

De brede welvaart

 

Van der Veer herinnert zich hoe studenten tot een jaar of vijf geleden binnenkwamen met het verlangen: blockchain of artificial intelligence (AI) zijn fantastisch, ik wil weten hoe deze technologie werkt. “Maar wat ze zich niet realiseerden, was hoeveel energie die technologie slurpt. In die tijd waren we nog vooral bezig met studenten het vak van ICT leren en was de vraag, heel plat soms, vooral wat technologie in economisch opzicht opleverde. Wat de maatschappelijke impact was, dat moesten anderen maar uitzoeken. Dat kunnen we ons in onze veranderende maatschappij vandaag de dag niet meer veroorloven. Studenten moeten zich in hun studie direct bewust worden van het feit dat technologie ook iets kost en we willen dat ze naar de bredere welvaartsdoelen kijken. We stellen studenten voor de uitdaging: kijk naar wat technologie betekent voor het welzijn van mensen, de vergroening van de wereld en arbeidsproductiviteit, het gaat om de balans: de brede welvaart. Het is nu soms nog een ver-van-je-bed-show. Dat mag het niet blijven.”

Energiebewuste en -bekwame engineers

 

Dichtbij brengen is dus de opdracht. Dat gebeurt bijvoorbeeld met Artificial Intelligence en Digital Twinning, waarmee studenten onderzoeken hoe je de energietransitie in bestaande bebouwing kan versnellen. Studenten doen onderzoek in wijken met slimme meters en door het plaatsen van sensoren, om te bepalen of een bepaald AI-model geschikt is. “Studenten doen het uitzoekwerk en worden ingezet om slimme oplossingen te bedenken, het advieswerk aan onder meer ambtenaren van gemeentes of een woningbouwvereniging wordt gedaan door de lectoraten”, legt Van der Veer uit. “Organisaties zijn ook enthousiast, want ze worden geholpen in een vraagstuk dat ze hebben. Voor ons ligt nu de uitdaging hoe we de duurzaamheidsuitdaging op het vlak van energietransitie en circulariteit, in sectoren zoals zorg, overheid, ICT en industrie, nog beter in het onderwijs en onderzoek kunnen integreren. De docenten en onderzoekers spelen in deze verandering een grote rol in samenwerking met organisaties in de zogenaamde triple helix of learning communities. Met hen willen we hiernaartoe werken: energietransitie­bewuste en -bekwame engineers opleiden.”

Claudia Tempels: Welke energietransitiebewuste keuzes maak je?

 

En projectleider Claudia Tempels weet alles van het opleiden van dé energietransitiebewuste en -bekwame engineers. Deze wat lange titel is afgekort tot EBBE, een speciaal project dat Tempels onder haar hoede heeft. “Duurzaamheid moet niet langer een thema zijn dat je alleen in keuzevakken kunt kiezen. Het is ons streven om in verplichte curricula aandacht te hebben voor de energietransitie. Het moet niet langer de vraag zijn of je duurzaamheid in je project kunt integreren, de vraag moet bij de start van elk project zijn: hóe ga je dat doen?”

Green Award

 

En hoe de studenten dat hebben gedaan, dat presenteren ze tijdens Winnovation, waar de Green Award wordt uitgereikt. Ze mogen hun oplossingen ter plekke uitleggen aan de jury. “Als deelproject van het EBBE-project zijn we ook bezig met het ontwikkelen van een methode, waarbij studenten inzicht krijgen aan welke knoppen ze kunnen draaien om energietransitiebewuste keuzes te maken. En welke knoppen doen er dan eigenlijk echt toe? Bij onze Green Award is dat ook belangrijk: studenten hebben een semester lang ontworpen en geproduceerd. Welke keuzes in het kader van de energietransitie hebben ze daarin gemaakt?”

Greening by IT & Greening of IT

 

De uitdaging zit hem volgens Tempels in studenten en docenten bewust maken van de rol die ze kunnen spelen in de energietransitie. “Zo maken we in de ICT-opleiding onderscheid tussen ‘greening by IT’ en ‘greening of IT’. In de eerste rol denken ICT’ers mee over een oplossing voor een probleem, vanuit de technologie. Bijvoorbeeld door met een app te laten zien dat je CO2 bespaart door een bepaalde route of een vervoersmiddel te nemen. In de tweede rol wordt de ICT zelf groener. Dan denk je bijvoorbeeld na over zo weinig mogelijk servers onnodig te laten draaien of zorg je dat je niet al te veel data gebruikt. Als je iets tastbaars maakt, kijk je naar waar je grondstoffen vandaan komen of probeer je materialen te hergebruiken. Heel vaak voelen de ICT’ers zich meer thuis in de eerste rol, die van het bedenken van een oplossing. De tweede rol is veel lastiger, omdat je daarbij wordt gedwongen naar jezelf en je eigen handelen te kijken. Maar dat is wel waar we naartoe willen. Het behalen van de klimaatdoelen wordt een lastige opgave, dus alles wat we kunnen doen om te zorgen dat er nu wel een versnelling plaatsvindt op dit gebied, moeten we doen. Het urgentiebesef dat student én docent daarin een rol spelen, moeten we meer en meer aanwakkeren. Het gaat er niet alleen om dat je anderen helpt groener te zijn, maar ook om de vraag: hoe kun jij groener zijn.”